Datum: 18-03-2002

Waarom deel 2 van Fraser Island? Vorige keer waren we een beetje heel erg moe van onze campingsafari en hadden we niet meer zo veel tijd om te internetten.

Dag 1
De eerste dag begon om 6.15 am met briefing over het rijden met een 4wd op Fraser Island -de grootste zandduin met regenwoud ter wereld-. Raymond en Matt -een Engelse jongen- waren onze chauffeurs. Na een tocht van 45 minuten op de ferry, begon ons avontuur op Fraser. Het was een beetje bewolkt. Nee, gelukkig hebben we geen moeson of heftige regen meer gehad. De Engelsen dachten al dat er een vloek op ons ruste...
Met Audrey als navigator zijn we het eiland doorkruist om vervolgens over het strand richting het Noorden van het eiland te rijden. Halverwege wilden we eerst iets meer inlands picknicken, maar de uitgepakte dozen werden met veel gedans weer snel terug in de auto geladen. Je werd daar namelijk helemaal gek van de aanvallende ’Horseflies’. Volgens ons zijn dat in het Nederlands steekvliegen. Ze zijn 3-4cm lang en rood/bruin van kleur. Je voelt ze niet landen op je huid, pas bij het bijten. Ze zijn absoluut immuun voor ’insectrepellent’ sprays. Vandaar het dansen! We zijn toen aan het strand gaan lunchen, waar het wat minder met de vliegen was. Wat een mooie witte stranden en een ruwe zee. Je mocht er absoluut niet in gaan zwemmen en wel om de volgende redenen: haaien, dodelijke kwallen en te sterke stroming.
’s Middags zijn we gaan zwemmen in Eli Creek, een naar zee stromend beekje. Eerst loop je naar een bepaald punt. Daar spring je in een helder beekje en laat je je zwevend naar het strand voeren. Wat een genot in dit paradijsje. We hebben dit met z’n allen een aantal keer gedaan. De horseflies die we vingen (je kon ze makkelijk dood meppen zodra ze op je geland waren) gaven we aan de vissen als voer (dubbele wraak!!! En milieuvriendelijk).
Rond 16.00 uur waren we bij onze campingsite Dundabar, een plekje in het regenwoud. De ranger kwam ons informeren over het camperen en over de dingo’s. Ieder territorium heeft ongeveer 4 dingo’s. Wij zaten in een territorium van 5. Zo lang je niets van voedsel of naar kaas ruikende schoenen achterlaat, ben je veilig. Ze mogen ook absoluut niet worden gevoerd. Laat kinderen niet alleen en zorg dat je zelf ook nooit alleen bent. Wordt je toch bedreigd, maak je zelf dan groot en blijf stil. Op deze manier laat je zien dat je sterker dan hun bent. Over het algemeen vermijden ze je eerder, dan dat ze je komen opzoeken. De eerste gedachte ’wat een leuke hond’ is erg misleidend. Het blijven wilde beesten, die je niet kunt vertrouwen. We maakte ons eigenlijk niet druk. Die avond hebben we gezellig naast een kampvuur gegeten en gebabbeld. De muggen vielen reuze mee.

Dag 2
Lekker relaxed opgestaan en ontbeten. ’s Ochtends zijn we naar het noordelijke Indean Head gereden. Dit is een rotspunt waarbij je uitkijkt over de zee. Bij een rustige zee kun je naar haaien, dolfijnen, roggen en ander soortig zeeleven kijken. Het was inderdaad een schitterend uitkijkpunt. Alleen was de zee te ruw, waardoor we alleen een manta (een zwarte rog) hebben gezien. Daarentegen was het uitzicht over de kustlijn met z’n parelwitte stranden en het groene regenwoud adembenemend. Nog noordelijker lagen de ’Champagne Pools’. Dit zijn door zee gevulde ’pools’ met een rotsformatie als scheidslijn tussen de kust aan de zee. Hierin kon je heerlijk en veilig baden. Relaxed...
Gezien de tijden van vloed moesten we beslissen over onze volgende campingsite. In eerste instantie wilden we met z’n gezellig gaan camperen bij een meer met schilpadden. Na ons bezoek aan de schilpadden bleek de camping midden in het regenwoud te liggen. Regenwoud betekent soms heel veel mozzies (muggen). Ja hoor, het stikte daar van de muggen. Het werd ons door een Ozzie aangeraden om wil te kamperen aan het strand. Dit advies hebben we opgevolgd. Voor zonsondergang stikte het daar weer van de steekvliegen. Het was een geweldige en heel gezellige avond, zo bij een kampvuur onder een heldere hemel met ontelbare sterren. Mayumi -een Japanse meid- heeft nog die nacht/ochtend een dingo aan haar tent gehoord, die weer wegliep toen ze naar buiten kwam. Zij ging namelijk gezamenlijk met honderden krabjes naar de zonsopgang kijken. De rest lag nog in diepe slaap...

Dag 3
Het was alweer onze laatste tourdag. Omdat we een beetje in tijdnood zaten, stelde Audrey voor om niet naar Lake Wabby te lopen, maar te rijden. Tijdens het begin van die afslag het eiland in, begonnen we ons iets te herinneren. Was er niet een weg die eigenlijk het beste konden vermijden? Waarom was dat ook al weer? Yep, we merkten al snel dat we op die weg zaten en waarom we die moesten vermijden. Een zeer hobbelige, klimmende en dalende zandweg. Ondanks het hobbelen in de 4wd had niemand er spijt van. Het was namelijk een erg hete dag. Lake Wabby was ook weer een paradijs op zich. Aan de ene kant heb je enorm dalende zanduin en aan de andere kant het groene regenwoud. dit wordt door een klein diep meertje gescheiden.
Als laatste zijn we gaan zwemmen in Lake McKenzie, met z’n helder lichtblauw water. Helaas moesten we dit na ’n uurtje weer verlaten om de ferry naar Hervey Bay te halen. Iedereen was het er over eens dat dit een onwijs mooi eiland was. Het was ook een indrukwekkende ervaring.
Terug in Hervey Bay hebben we nog wat gerelaxed, om donderdagmiddag naar Cairns te vertrekken.

Treinreis
In eerste instantie was de planning om naar Whitsundays Islands te gaan, om daar te leren duiken. In verband met onze keuze Fraser Island aan te doen en onze korte duur hier in Aussie, hebben we besloten om wat meer tijd te nemen in Cairns. De afstand tussen Hervey Bay en Cairns is ongeveer 1400 km. De trein doet daar ongeveer 25 uur over (de Greyhound bus, 24 uur...). Ja zo traag. We hebben wel lekker relaxed eerste klas gezeten, 2 films gezien en ’s nachts best goed geslapen. Tevens was de rit niet zo bochtig als de eerste treinreis van Sydney naar Byron Bay. Vrijdagmiddag zijn we in Cairns aangekomen.